Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Tips bij aan- en uitkleden baby en kind

Als u een verminderde arm- en handfunctie en/of beenfunctie hebt, kan het aan- en uitkleden van uw kind een uitdaging zijn. Hieronder vindt u tips die dit kunnen vergemakkelijken.  

Inhoud

    Inhoud

    Inrichting en meubels kiezen 

    • Zorg voor een commode op een prettige hoogte, zodat u niet zo ver hoeft te bukken. Zodra uw kindje kan lopen, kan het met uw hulp via een trapje, stoel of opstapje zelf op de commode klimmen. Dit scheelt u tillen.   
    • Voor grotere kinderen kan een aankleedtafel handig zijn.  
    • Als u moeite hebt met staan of in een rolstoel zit: gebruik een onderrijdbare commode of tafel, zodat u dicht bij uw baby kunt komen en hij bijna bij u op schoot ligt. 
    • Als u niet zo lang kunt staan, kunt u overwegen om een stoel gebruiken. Gebruik een stoel met een actieve zithouding. U zit zo recht en kunt de handelingen beter uitvoeren. Maak eventueel gebruik van een sta-stoel of zadelkruk
    • Een goed aankleedkussen vergemakkelijkt het aankleden en verschonen. De meeste aankleedkussens hebben aan de lange zijde opstaande randen; de baby rolt daardoor minder makkelijk van het kussen. Deze opstaande randen kunnen u wel hinderen tijdens de verzorging vanuit de rolstoel en schouderklachten veroorzaken. Ga op zoek naar een aankleedkussen met een lage rand aan de voorzijde. Door een speciale hoes of kussensloop om het kussen te doen, vermindert u de kans dat het kind of losse spulletjes zoals een handdoek of luier van het kussen af glijden. Onder het aankleedkussen kunt u een stukje antislip leggen, waardoor het kussen niet van de commode kan glijden.   

    Bij de aanschaf en het gebruik van de commode is het belangrijk om op de volgende punten te letten:  

    • De commode heeft voor u de juiste hoogte. Een richtlijn hiervoor is: de bovenkant van het blad is 7 – 10 centimeter onder de elleboog, opgemeten als de schouders laag zijn en de arm in een hoek van 90 graden. Tip: de 7-10 centimeter komt vaak overeen met de breedte van uw hand als u een vuist maakt. Plaats dus de vuist van uw andere hand onder uw 90 graden gebogen elleboog en u heeft een indicatie). Op het blad komt nog een aankleedkussen en een groeiende baby.  
    • U kunt er goed voor staan of zitten. 
    • U kunt goed bij uw kind als deze erop ligt. 

    Hebt u al een commode, maar niet op de juiste hoogte dan kunt u er een blad of plank op leggen om de commode te verhogen. U kunt ook meubelverhogers gebruiken. Voor het verlagen van de commode kunt u kijken of de poten ingekort kunnen worden. 

    Er zijn ook in hoogte verstelbare commodesen commodebladen verkrijgbaar, die op een zelfgekozen hoogte aan de muur gemaakt kunnen worden, eventueel met ingebouwd badje met waterafvoer. Als u en uw partner veel verschillen in werkhoogte, kunt u er ook voor kiezen om het blad te plaatsen op de werkhoogte van de kleinste partner en met een extra kussen onder het aankleedkussen de werkhoogte van de grotere partner te bereiken. Dit werkt natuurlijk niet voor mensen waarbij één partner vanuit de rolstoel moet werken en de andere staand. 

    Voorbereiding 

    • Zorg ervoor dat alle benodigdheden binnen handbereik liggen voordat u begint. Denk aan luiers, doekjes, crèmes, kleding enzovoort. U kunt ook een luiermandje of een tas gebruiken om alles bij elkaar te houden.  
    • Oefen het aankleden indien mogelijk met een (verzwaarde) pop voordat uw kindje geboren is. Dit kan helpen om u zelfverzekerder te voelen. Een ergotherapeut kan u hierbij helpen.  
    • Probeer diverse materialen (luiers, kleding, etc.) vooraf uit, zodat u weet wat bij u past. 
    • Als u een verminderde handfunctie hebt, kan het prettig zijn om uw baby op de grond of op uw bed aan te kleden. Mits opstaan en de baby omhoog tillen veilig kan. 
    • Als u zorgt voor een aankleedmogelijkheid in de woonkamer (aankleedkussen, luiers en extra setje kleding bij bijvoorbeeld de tafel of aanrecht) hoeft u niet iedere keer heen en weer naar de baby of kinderkamer. 
    • Zorg ervoor dat u met uw bovenlichaam zo dicht mogelijk bij het kind bent, dan kost het aankleden de minste inspanning. Een goede houding is bijvoorbeeld: uw knieën buigen, bekken kantelen (navel intrekken) en met de bovenbenen tegen de commode aan gaan staan. De rug is nu correct recht en de afstand tot de baby is minimaal.   

    Aan- en uitkleden 

    • Bij een kindje dat nog geen hoofdbalans heeft, kan het handiger zijn om een rompertje niet eerst over het hoofd aan te trekken, maar vanaf de benen. Rompertjes hebben vaak een grote nekopening met genoeg ruimte. Sluit eerst het rompertje voordat u het omhoog schuift. Haal de handjes door de armsgaten door eerst zelf uw hand door het armsgat te steken en het handje van uw kindje te pakken. Trek nu uw hand terug en begeleid het handje door het armsgat naar buiten.  
      Een rompertje kan ook gemakkelijk via beneden uitgetrokken worden, doorloop hiervoor de stappen in omgekeerde volgorde. Wikkelrompers of overslagrompers zijn makkelijker aan en uit te doen, omdat ze niet over het hoofd hoeven.  
    • Als u kleding over uw baby’s hoofdje aantrekt, kan het makkelijker zijn om afwisselend eerst de voorzijde omlaag te trekken en daarna aan de achterzijde. Rol uw kindje op een zijde of op de buik en weer terug op de rug.  
    • Als u een truitje of T-shirt wilt uitrekken: start dan bij één arm, rol uw kindje op de zij, trek het shirt zo ver mogelijk omhoog. Haal het shirt over het hoofdje en trek het vervolgens van de andere arm af.  
    • Het is makkelijker om aan een kledingstuk te trekken dan om het op de plaats te duwen. Dus trek aan de pijpen om een broek uit te trekken in plaats van vanaf de taille omlaag te duwen. 
    • Om een broekje aan te trekken: ga eerst met uw hand via de onderkant in de pijp. Pak dan het voetje van uw baby en trek het beentje naar beneden door de pijp en uw hand uit de broekspijp.  
    • U kunt ook kiezen voor een los hemdje en onderbroek in plaats van een rompertje. Dit scheelt veel energie bij het dichtdoen van de drukknopen aan de onderzijde. Kies sowieso voor een grotere maat, zodat er niet veel spanning op de drukknopen zit. Vervang de drukkers door klittenband.  
    • Vaak is het strikken van slabbertjes lastig. Gebruik dan slabbertjes met klittenbandsluiting, drukker of zonder sluiting die u zo over het hoofd van het kind kunt trekken. Overweeg het gebruik van een schortje, ook wel ‘slabber met lange mouwen genoemd’, die aan de achterkant te sluiten is met klittenband of drukknopen. Zo blijft de bovenkleding makkelijker schoon als een kind zelf eet en voorkomt dat u vaak moet verschonen.
    • Het aan- en uitkleden wordt makkelijker als uw kind kan zitten. Dit is vaak vanaf een leeftijd van 6-8 maanden. Laat uw kindje op uw schoot zitten met de rug naar u toe en de kleren binnen handbereik. Schoenen aantrekken kan ook makkelijker gaan als uw kindje op schoot of op een stoel tegenover u zit. 

     Sokjes aantrekken 

    • Losse sokjes zijn lastig eenhandig aan te trekken; maak daarom gebruik van slobbroekjes. Bij slobbroekjes zitten er ook voetjes aan het broekje en zijn sokjes dus niet nodig. Doe eventueel zachte haarelastiekjes om de enkeltjes van het kind, zodat de voetjes goed in de sokjes blijven zitten. De elastiekjes mogen niet knellen.  
    • Bij eenhandig sok aantrekken: schuif uw hand in een binnenstebuiten gekeerd sokje. Pak het voetje van uw kind en druk met uw vingers de sok van uw hand af over zijn voetje.  In onderstaande video (vanaf 02:25) ziet u hoe een moeder dit doet:
    YouTube video thumbnail

    Kind laten meehelpen 

    • Benoem, terwijl u met uw kindje bezig bent, alles wat u doet en geef ook aan wat u wilt van het kind: 'doe je beentjes maar omhoog; billen omhoog, arm door de mouw' et cetera. Na een paar weken kan een kindje al meehelpen, omdat het herkent wat er gaat gebeuren.   
    • Hoe ouder een kindje wordt, hoe beweeglijker (en sterker) het vaak wordt. Daardoor kan het lastig zijn om uw kind aan te kleden of te verschonen. Geeft het kindje wat in de handen om te spelen, bijvoorbeeld een knisperboekje, of iets om naar te kijken, zoals een (muziek)mobiel of een spiegeltje onder het plankje bij het aankleedkussen. Zo blijft het kindje waarschijnlijk beter liggen, omdat het afgeleid is. 
    • Stimuleer een wat ouder kind om zoveel mogelijk mee te helpen of zelf te doen tijdens het aan- of uitkleden.  
    • Leer peuters om zelfstandig hun jas aan te trekken; vaak leren ze deze methode ook op het kinderdagverblijf. Leg de jas op de grond met de rugzijde op de vloer en de capuchon naar u toe. Uw kind kan de beide armen in de mouwen steken en de jas over het hoofd zwaaien en zo aantrekken.  

    Kleding 

    • Kies voor makkelijke kinderkleding. Tricot, rekbare kleding, kleding die wat ruimer van snit is en grotere, rekbare openingen heeft, met weinig sluitingen of bijvoorbeeld klittenbandsluitingen zijn makkelijker bij een verminderde handfunctie, een korte arm of eenhandigheid. U kunt ook kiezen om kleding in een iets grotere maat te kopen. Het aan- en uittrekken zal makkelijker gaan. 
    • Schoenen met klittenband zijn makkelijker te sluiten. Er bestaan ook elastische veters in verschillende kleuren, waarmee veterschoenen instappers worden en kinderen ze zelf makkelijker aan kunnen doen.  
    • Doe alleen het bovenste gedeelte van de rits in de jas open, zodat de jas over het hoofd aangetrokken kan worden en u hem niet meer hoeft in te ritsen of kies voor een jas zonder sluiting.  
    • Pas kleding en sluitingen aan. Maak gebruik van drukkers of vervang knoopjes en drukkers door klittenband. Doe een ring of lusje aan ritsluitingen voor meer grip. Als u maar één hand kunt gebruiken, haakt u uw vinger door de ring en gebruikt de andere vingers om u af te zetten en het lopertje te verplaatsen.  
    • Sommige ouders tillen hun kruipende kind aan hun kleding op, bijvoorbeeld aan de schouderbanden van een tuinbroekje. Zorg er -als u dit doet- voor dat de kleding stevig vast zit, de sluitingen goed gesloten zijn en de stof ervoor geschikt is. Kies bij voorkeur voor kleding die gesloten is met een rits in plaats van knopen, drukkers of klittenband.  

    Belangrijk om te weten

    • Benader een revalidatiecentrum of gespecialiseerd ergotherapeut om met u mee te denken als u een oplossing op maat zoekt. 

    Meer informatie  

    Let altijd op uw veiligheid! 

    Of bovenstaande informatie voor u een oplossing is, hangt af van uw persoonlijke situatie en mogelijkheden. 

    Raadpleeg een zorgprofessional als u advies of hulp wilt. Een ergotherapeut bijvoorbeeld helpt u bij uw keuze en adviseert hoe u de dagelijkse activiteiten zelfstandig kunt blijven doen. U vindt een ergotherapeut via de website van Ergotherapie Nederland.

    Bron

    Deze pagina is gemaakt in samenwerking met de ergotherapeuten van ErgHandig.

    Gerelateerde hulpmiddelen

    Gerelateerde 'Handig om te doen's

    Deel deze pagina via: