Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Tips voor veilig wandelen met een rolstoel

Een rolstoel duwen is zwaar werk. Hoe duwt u iemand die in een rolstoel zit? Hoe zorgt u voor een veilige en plezierige wandeling? Voor de ander en voor uzelf? Lees onze tips voor een veilige wandeling met een rolstoel.

Inhoud

    Inhoud

    Laatst bijgewerkt op: 13-09-2026

    Voorbereiding

    • Zijn de banden van de rolstoel hard? Hoe zachter de banden, hoe zwaarder het duwen. 
    • Kunt u de handvatten instellen? Stel deze op duwhoogte van uw armen in. Hoe hoger, hoe comfortabeler u kunt duwen. U loopt dan namelijk rechter op.
    • Laat uw medereiziger zoveel mogelijk zelf doen en neem niet ongevraagd alles uit handen. 
    • Laat uw medereiziger ook zoveel mogelijk zelf het woord doen als u samen op pad bent. Bijvoorbeeld bij het bestellen van koffie of in een kledingwinkel. 
    • Als u wilt praten met uw medereiziger, probeer met uw gezicht op dezelfde hoogte te komen.
    • Zijn er drempels die u vaak moet nemen? Misschien is er een aanpassing mogelijk, een drempelhulp of het verwijderen van de drempel. 

    Rolstoel gebruik

    • Zet de rolstoel op de parkeerrem en klap de voetsteunen weg.
    • Laat uw medereiziger goed naar achteren gaan zitten in de rolstoel.
    • Klap de voetsteunen terug en zet de voeten erop. De voeten mogen nooit de grond raken onder het rijden. U kunt de voeten en onderbenen ook vastzetten als dat nodig is.
    • Zorg dat uw medereiziger warm of koel genoeg is gekleed.
    • Controleer of niets tussen de spaken kan komen, bijvoorbeeld kleding.
    • Haal de rolstoel van de rem.

    Wandelen

    • Zeg wat u gaat doen. Geef een seintje als u een obstakel tegenkomt, zoals een drempel. 
    • Loop dicht op de rolstoel. Het duwen gaat dan lichter en u spaart uw rug.
    • Loop niet te snel, zeker als uw medereiziger moeite heeft met het verwerken van veel indrukken.
    • Zet de rolstoel op de rem als u stil blijft staan of als uw medereiziger uitstapt.

    Nemen van drempels, stoepranden en hellingbanen

    Kies routes met een zo glad mogelijke ondergrond. Vermijd grind- en zandpaden en obstakels zoals drempels, stoepranden en hellingbanen. Hoe neemt u deze hindernissen?

    Drempels en stoepranden op

    • Zet de rolstoel recht voor het obstakel.
    • Druk met de voet op één van de steuntjes achter op de rolstoel. 
    • Laat de voorwielen rustig iets omhoogkomen
    • Duw de achterwielen vooruit tot u de voorwielen over de drempel weer op de grond kan laten komen en rijdt over de drempel.

    Drempels en stoepranden af

    • Draai de rolstoel om en zet hem recht voor de stoep of drempel. 
    • Stap eerst zelf van het obstakel af
    • Laat dan rustig de achterwielen van stoep of drempel zakken
    • Blijf naar achteren trekken tot de voorwielen op de grond komen. 
    • Draai dan de rolstoel in de rijrichting.

    Hellingbanen op en af

    Ga zo recht mogelijk een hellingbaan op en af. Als u een hellingbaan afgaat, doe dit dan achterwaarts.

    Meer informatie

    Gerelateerde hulpmiddelen

    Gerelateerde 'Handig om te doen's

    Deel deze pagina via: