Een hulpmiddel, iets voor u?


Hulpmiddelen, bijna iedereen komt er mee in aanraking. Misschien maakt u er zelf gebruik van, of bent u betrokken als mantelzorger bij vrienden of familieleden. Maar hoe weet u nu wanneer een hulpmiddel een oplossing kan bieden? En hoe komt u er achter wat voor hulpmiddel u moet kiezen?
 

Wat zijn hulpmiddelen?


Het verschil tussen hulpmiddelen, handige producten en comfortproducten vervaagt. Denk aan blikopeners, e-bikes en mobiele telefoons voor senioren. Vroeger waren dit echte hulpmiddelen, nu zijn het handige hulpen voor iedereen. Vormgevers en ontwerpers maken producten steeds beter geschikt voor grote groepen gebruikers: we noemen die producten comfortproducten. Deze producten maken het leven van iedereen gemakkelijker, bijvoorbeeld een potopener.

Dat geldt helemaal voor mensen die moeilijk of zelfs niet een activiteit kunnen doen, bijvoorbeeld een pot openen. Al deze producten en hulpmiddelen spelen een belangrijke rol bij het zo lang mogelijk zelfredzaam blijven van ouderen en mensen met beperkingen. We noemen al deze handige hulpmiddelen, technische hulpmiddelen en comfortproducten verder ‘hulpmiddelen’.
 

Wanneer helpt een hulpmiddel? En welke moet u dan hebben?


Soms ziet u dat iemand moeite heeft om een activiteit te doen. Of dat iemand ‘iets maar niet meer doet’ omdat het zoveel inspanning kost. Dat is vervelend, zeker als het om leuke dingen gaat, of heel belangrijke activiteiten, bijvoorbeeld eten en drinken. Vaak helpen simpele hulpmiddelen. Om u te helpen herkennen wanneer hulpmiddelen kunnen helpen, geven we hieronder de stappen die zorgverleners ook gebruiken.
 

1. Signaleren


U merkt dat er iets ‘niet pluis’ is: sommige dagelijkse handelingen en activiteiten doen mensen opeens niet of nauwelijks meer, bijvoorbeeld de dagelijkse wandeling. Een signaal dat een hulpmiddel kan helpen. Misschien weet u dat iemand al een hulpmiddel heeft maar u ziet het ongebruikt in de schuur staan. Of u merkt dat iemand het hulpmiddel onveilig gebruikt Allemaal signalen dat het hulpmiddel niet doet wat het moet doen of dat er een hulpmiddel moet komen.
 

2. Controleren


Ga na of  dat seintje klopt: ervaart iemand zelf problemen bij deze activiteiten? Kijk ook of de situatie gevaar oplevert. Grijp bij gevaarlijke situaties zo snel mogelijk in.
 

3. Probleem benoemen


Probeer er achter te komen waardoor iemand moeite heeft met activiteiten. En wat zijn de gevolgen? Maak dit bespreekbaar, benoem wat u opvalt en betrek iemand bij de volgende stappen.

Tip: één oorzaak kan gevolgen hebben voor verschillende handelingen. Iemand die bijvoorbeeld zijn pols niet meer kan draaien, kan ook problemen hebben met het opendraaien van een kraan, potdeksels en het ophalen en neerlaten van het zonnescherm.

Tip: doorvragen om een goede inschatting te kunnen maken. Als u vraagt waarom het zonnescherm nog omlaag staat en u krijgt als antwoord: ‘Ik heb last van mijn pols’, vraag dan door of iemand ook andere dingen niet kan doen door die pols.
 

4. Gebruiksomstandigheden benoemen


Probeer een goed beeld te krijgen van waar, wanneer en waarmee iemand moeite heeft (gebruiksomstandigheden). En wat iemand nog wil. 
 

5. Kleine en grote oplossingen zoeken


U heeft de keuze uit verschillende oplossingen: u kunt persoonlijke assistentie inschakelen, bijvoorbeeld mantelzorgers of zorgverleners. U kunt ook een dienst afnemen, bijvoorbeeld maaltijdservice, collectief vervoer. Soms werkt een simpele ingreep, bijvoorbeeld als iemand nauwelijks loopt uit angst voor vallen, helpt een efficiëntere indeling van de kamer al.  Of u kunt op zoek gaan naar een hulpmiddel.

Er bestaan eenvoudige hulpmiddelen en grotere, ingewikkelder hulpmiddelen. De meeste eenvoudige kunt u zelf selecteren en moet u ook vaak zelf betalen, bijvoorbeeld die potopener of een beugel in de toilet. Een eenvoudig hulpmiddel ken een uitkomst zijn voor iemand die zelfredzaam wil blijven en met plezier nog dingen wil doen. Het ene hulpmiddel kan niet wat het andere juist wel doet. U weet uit stap 4 wat iemand precies wil of nodig heeft. Dus u kunt op zoek naar het hulpmiddel dat die voorwaarde voldoet. Het liefst samen. De Vilans Hulpmiddelenwijzer kan u daarbij helpen.

Voor grotere en ingewikkelde hulpmiddelen, zoals scootmobielen, ligt het moeilijker. Daar heeft u een expert voor nodig, zoals advies en begeleiding van een ergotherapeut. Ook hier weet u wat iemand wil of nodig heeft. Die kennis geeft u aan degene die gaat over het toekennen van een hulpmiddelen bij de gemeente of de zorgverzekeraar. Stimuleer iemand om een hulpmiddel aan te vragen. Aanvragen kan ook in overleg met de huisarts of direct bij de gemeente, afhankelijk van het soort hulpmiddel.
 

6. Evalueren


Ga na verloop van tijd na ofer actie is ondernomen, extra belangrijk bij  een onveilige situatie. Gebruikt iemand het (nieuwe) hulpmiddel, kijk dan of het gebruik bevalt en of het hulpmiddel veilig wordt gebruikt. U wilt tenslotte niet dat er een nieuwe onveilige situatie ontstaat.

Dit document is gebaseerd op het boekje:
H. Jonker. ‘Hulp bij hulpmiddelen, kijk op hulpmiddelen en hulpmiddelenzorg. Vilans 2009.'

 

Bedankt voor uw feedback!

Met uw feedback kunnen we onze website nog beter maken. Klik op het kruisje om verder te gaan.

Deel deze pagina

U kunt hier meer informatie vinden over het delen op social media. Door te klikken op één van onderstaande knoppen wordt u direct doorverwezen naar de betreffende social media.

Facebook Twitter LinkedIn

Bedankt voor uw feedback!

Zou u ons een toelichting willen geven op de feedback?
Klik hier voor het formulier