Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Zelfredzaamheid: anders kijken naar een zorgvraag

Hoe kijken wijkverpleegkundigen naar het stimuleren van zelfredzaamheid bij cliënten? Volgens Amy Zijlstra en Fennine van de Bunt vraagt dit een andere manier van denken: niet direct zorg inzetten, maar de tijd nemen om te onderzoeken wat iemand nog zelf kan (leren) en welke hulpmiddelen en praktische oplossingen ondersteunend kunnen zijn. De Vilans Hulpmiddelenwijzer is daarbij een belangrijke informatiebron.

Laatst bijgewerkt op: 27-10-2026

De verschillende disciplines in de wijk werken steeds meer samen aan de zelfredzaamheid van cliënten, vertelt Fennine van de Bunt, wijkverpleegkundige bij Careyn. ‘Cliënten zeggen heel vaak tegen mij: "Ik merk dat jullie allemaal op één lijn zitten". Of: "Mijn huisarts had het hier ook al over". De professionals in de eerstelijnszorg hebben elkaar echt gevonden. Samen willen we ervoor zorgen dat cliënten zo lang mogelijk zelfredzaam blijven.’

Als het gaat om zelfredzaamheid, is het juist belangrijk dat professionals op één lijn zitten, vindt Fennine. ‘Hoe de zorg aan cliënten is voorgesteld, speelt vaak een belangrijke rol. Als verwijzers tegen cliënten zeggen dat zij in aanmerking komen voor wijkverpleging, hebben cliënten al snel het gevoel: "Ik heb recht op zorg, omdat mijn arts het heeft gezegd". Maar verwijzers kunnen bijvoorbeeld ook zeggen: "Ik ga de wijkverpleegkundige vragen om samen met u te onderzoeken welke ondersteuning u nodig heeft". Je merkt dat cliënten dan veel meer openstaan voor een gesprek over zelfredzaamheid.’

Zorgvraag opknippen

Werken aan zelfredzaamheid begint dan ook al bij het verpleegkundig adviesgesprek. Fennine: ‘Dan vraag ik cliënten hoe het komt dat zij zich bijvoorbeeld niet meer zelfstandig kunnen wassen. Ik vraag ook meteen wat hen zou helpen om een handeling weer deels of helemaal zelf te kunnen doen. Door de zorgvraag op te knippen in delen, kun je kijken wat cliënten zelf nog kunnen.’

Kijken wat iemand echt nodig heeft, leidt vaak tot een andere invulling van de zorgvraag, zegt Amy Zijlstra, wijkverpleegkundige bij Beweging 3.0. Amy: ‘Medisch noodzakelijke zorg krijgt in de wijkverpleging altijd voorrang. Ik vertel cliënten dan ook dat het ons niet altijd lukt om op het door hen gewenste tijdstip zorg te leveren. Vaak krabbelen cliënten dan terug. Het gesprek kan dan gaan over wat zij écht nodig hebben. Dat blijkt dan bijvoorbeeld niet hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) te zijn, maar structuur, veiligheid of controle. Vervolgens kijken we hoe we deze behoefte kunnen invullen, wellicht met hulpmiddelen of met hulp van andere disciplines.’

Het Leven Centraal

Kijken naar wat iemand nog kan, sluit aan bij het Leven Centraal van Vilans. Hierin staat niet de zorgvraag, maar het leven van de persoon centraal. Het model helpt professionals om samen met cliënten te bepalen wat zij nodig hebben om zo zelfstandig mogelijke te kunnen leven.

Zo was er een cliënt die hulp nodig had bij het wassen, aankleden en het innemen van medicatie. Amy: ‘Meneer bleef vaak tot 2 uur ’s middags in bed liggen, ook omdat zijn dochter niet altijd bij hem langs kon gaan. We hebben een paar weken zorg ingezet en gekeken wat er echt speelde. Uiteindelijk hebben we met meneer en zijn dochter afgesproken dat we hem voortaan gingen beeldbellen. Ons contactmoment was voor hem een stok achter de deur om op te staan. Deze vorm van zorg bleek uiteindelijk veel passender dan wanneer wij elke dag bij hem langskwamen.’

Ochtend zelf indelen

Cliënten moeten volgens Amy vaak een beetje geholpen worden om de voordelen te zien van zelfredzaamheid. ‘Eigenlijk wil niemand afhankelijk zijn van zorg. En toch voelen veel mensen weerstand als zij horen dat zij sommige handelingen weer kunnen aanleren. Ik zeg vaak tegen cliënten: ‘Als u het straks weer zelf kunt, hoeft u niet meer te wachten totdat wij komen. U kunt uw eigen ochtend weer indelen. Als je het zo brengt, zie je dat hun houding verandert.’

Werken aan zelfredzaamheid vraagt ook van zorgprofessionals een andere manier van denken. Amy: ‘Soms vraag ik collega’s of zij later zelf wijkverpleging willen hebben. Dan zeggen ze vaak heel hard nee. Ik buig het dan om en vraag vervolgens waarom ze dan alles overnemen van een cliënt. Heeft iemand blijvende zorg nodig omdat diegene 80 is? Waarom? Als je dat gesprek voert met collega’s, kijken ze heel anders naar de inzet van zorg en de zelfredzaamheid van cliënten.’

Belangrijke informatiebron

Hulpmiddelen en tips, maar ook het aanleren van nieuwe handelingen kunnen helpen om de zelfredzaamheid van cliënten te versterken. De Vilans Hulpmiddelenwijzer is daarbij een belangrijke informatiebron, vinden beiden. Fennine hielp onlangs een cliënt met een sokaantrekker. ‘Hij belde mij laatst en zei dat hij de sokaantrekker een ingenieuze uitvinding vond. Hij had hem gedeeld met zijn vrienden. Zo van: ik kan het weer zelf. Dat is toch leuk?’

Volgens Amy is het handig dat de Vilans Hulpmiddelenwijzer ook tips en hulpmiddelen geeft per situatie. ‘Je weet niet altijd welke hulpmiddelen beschikbaar zijn voor mensen met bijvoorbeeld parkinson. Soms is er nog geen ergotherapeut ingezet of gaat een cliënt nog niet intensief naar een dagbehandeling. Dan is het heel fijn dat mijn collega’s op hun tablet verschillende oplossingen aan cliënten kunnen laten zien.’

Fennine: ‘Bovendien is de website fijn voor de cliënten zelf. Digitaal vaardige cliënten kunnen kijken welke tips en hulpmiddelen bij hen passen. Daarmee geef je hen een stukje regie terug.’

De Vilans Hulpmiddelenwijzer geeft alternatieven voor de bekende hulpmiddelen en laat zien hoe je een handeling anders kunt uitvoeren. Heel handig, vindt Fennine. ‘Er staan ook oplossingen die niet voor de hand liggen. Ook huis-tuin-en-keuken dingen. Ik was laatst bij een cliënt die niet kon bukken en haar broek niet kon optrekken. In haar wc ligt nu een keukentang. Werkt prima!’

Speciale pagina bij ADL-zorg

De Vilans Hulpmiddelenwijzer is een praktische website om samen met de cliënt tot slimme oplossingen bij de ADL-zorg te komen. Speciaal voor professionals in de wijkverpleging is er een webpagina met tips en hulpmiddelen bij de ADL-zorg.

Tips voor collega-wijkverpleegkundigen

Welke tips hebben Fennine en Amy voor collega-wijkverpleegkundigen die de zelfredzaamheid van hun cliënten willen versterken?

Amy: ‘Durf dingen uit te proberen. Bij een cliënt met parkinson hebben we eerst 3 verschillende tilliften geprobeerd. Uiteindelijk was een verhoogde douchestoel het meest geschikt om hem te helpen bij zijn toiletgang. Zijn echtgenote dacht dat haar man naar een verpleeghuis moest, maar is nu blij dat zij de zorg nog zelf kan geven.’

Fennine: ‘Vertel anderen over de Vilans Hulpmiddelenwijzer: de collega’s in je team, de andere disciplines in de wijk, maar vooral ook de mantelzorgers. Ook zij hebben behoefte aan hulpmiddelen en tips die hun zorgtaken vergemakkelijken.’

Netwerkorganisatie IVVU

Fennine en Amy zijn behalve wijkverpleegkundige ook projectmedewerkers van de IVVU, de vereniging van zorgorganisaties voor ouderenzorg in de regio Utrecht. De netwerkorganisatie zet zich onder meer in voor domeinoverstijgend innoveren. De aangesloten zorgorganisaties werken samen met onder andere ziekenhuizen, huisartsen, farmaceuten en paramedici om de zelfredzaamheid van ouderen te versterken en de inzet van professionele zorg te verminderen. Zo worden klantreizen ontworpen en zorgpaden rondom ouderen opnieuw ingericht.

De IVVU heeft ook een nieuwe werkwijze bedacht hoe verpleegkundigen het verpleegkundig adviesgesprek kunnen voeren. Dit is meteen een goed moment om cliënten te vertellen over de Vilans Hulpmiddelenwijzer. De IVVU richt zich verder op thema’s als de slimme inzet van ADL zorg en passende zorg. Hierbij hebben cliënten en zorgverleners dezelfde verwachtingen over de zorg.

Deel deze pagina via: